9 termen
Virtual Reality, Augmented Reality, 3D modeling en immersive experiences.
Augmented Reality (AR) is een technologie die digitale informatie - zoals afbeeldingen, tekst of 3D-modellen - over de echte wereld heen legt. In tegenstelling tot VR vervangt AR de werkelijkheid niet, maar verrijkt deze. AR wordt vaak ervaren via smartphones, tablets of speciale AR-brillen.
Autonome agenten zijn 3D-entiteiten in een virtuele omgeving die zelfstandig waarnemen, beslissingen nemen en handelen zonder voortdurende directe sturing door een mens of vaste scripts. Ze combineren sensoren (virtuele waarneming van omgeving en andere objecten), een interne toestand of doelstelling en een beslissingsmechanisme (zoals gedragsschema's, toestandmachines of leeralgoritmen) om hun gedrag te bepalen. In 3D-toepassingen worden ze gebruikt voor NPC's in games, robot‑ en dronesimulaties, en voor het modelleren van menigten en emergente interacties. Belangrijke aspecten zijn pathfinding, botsing- en lokale ontwijking, reactieve en geplande acties, en soms adaptief leren voor complexere taken.
Git is een gedistribueerd versiebeheersysteem dat wijzigingen in bestanden bijhoudt. Het stelt ontwikkelaars in staat om samen te werken aan projecten, wijzigingen te volgen, terug te keren naar eerdere versies en parallel aan features te werken via branches. Git is de industriestandaard voor versiebeheer in softwareontwikkeling.
PBR (Physically Based Rendering) is een shading-benadering die simuleert hoe licht interageert met oppervlakken gebaseerd op echte fysische principes, wat consistente en realistische resultaten produceert onder verschillende belichtingsomstandigheden. PBR-materialen gebruiken gestandaardiseerde texturemaps waaronder albedo voor basiskleur zonder belichtingsinformatie, metallic om metaal versus niet-metaal oppervlakken te definiëren, roughness om micro-oppervlakte verstrooiing te controleren van spiegelglad tot volledig diffuus, en normal maps voor oppervlaktedetail. Deze standaardisatie zorgt dat materialen correct werken in elke belichtingsomgeving.
Een polygon (veelhoek) is een vlak oppervlak begrensd door rechte lijnen. In 3D-graphics zijn polygons de bouwstenen van 3D-modellen. De meeste 3D-modellen bestaan uit duizenden tot miljoenen polygons (meestal driehoeken). Het aantal polygons bepaalt de detailgraad van een model.
Een shader is een programma dat op de GPU draait en bepaalt hoe pixels of vertices worden berekend en weergegeven. Shaders controleren effecten zoals belichting, schaduwen, reflecties, en materialen. Er zijn verschillende types: vertex shaders (verplaatsen punten), fragment/pixel shaders (bepalen kleuren), en compute shaders.
Een textuur in 3D-graphics is een 2D-afbeelding toegepast op het oppervlak van een 3D-model om visueel detail toe te voegen zoals kleur, patronen, oppervlakte-imperfecties en materiaaleigenschappen zonder geometrische complexiteit te verhogen. Meerdere textuurtypes werken samen: diffuse/albedo maps definiëren basiskleur, normal maps simuleren oppervlaktedetail via belichtingstrucs, roughness maps controleren glansvariatie, en metallic maps onderscheiden metaal van niet-metaal oppervlakken. Texturen worden op modellen gemapt met UV-coördinaten.
Unity is een cross-platform game engine ontwikkeld door Unity Technologies. Het wordt gebruikt voor het maken van 2D en 3D games, VR/AR applicaties, simulaties en interactieve ervaringen. Unity gebruikt C# als programmeertaal en biedt een visuele editor, asset store, en uitgebreide documentatie.
Virtual Reality (VR) is een technologie die een volledig kunstmatige, computer-gegenereerde omgeving creëert waarin gebruikers kunnen navigeren en interageren. VR wordt ervaren via headsets die het gezichtsveld volledig bedekken, vaak gecombineerd met motion controllers voor interactie.
Lexicon Assistent
Hoi! Ik ben Lex, jouw persoonlijke lexicon-assistent. Stel me gerust vragen over de termen in het lexicon of over Multimedia & Creatieve Technologie!