Zoek in het Lexicon
9 van 9 termen gevonden
ABS
ABS (Acrylonitril-butadieen-styreen) is een stevig en hittebestendig thermoplastisch polymeer dat veel gebruikt wordt voor functionele en industriële onderdelen. Voor makers en 3D-printers is het populair vanwege de mechanische sterkte en de mogelijkheid tot nabewerking (bijv. acetone-vapor smoothing), maar het krimpt relatief veel bij afkoeling en vereist hogere printtemperaturen, waardoor het printen uitdagender wordt. In praktijksituaties (zoals een fablab) wordt ABS vaak vermeden omdat het meer kans op warping, een verwarmd bed en een gesloten behuizing vereist, en omdat de dampen ventilatie noodzakelijk maken.
Bed leveling (bednivellering)
Bed leveling is het waterpas zetten en kalibreren van het printbed van een FDM/FFF 3D‑printer zodat de afstand tussen nozzle en bouwplatform over het hele oppervlak correct is. Voor makers in een fablab of werkplaats is dit een essentiële handeling om een goede eerste laag en daarmee succesvolle prints te garanderen. Er bestaan handmatige methodes (bijvoorbeeld met een papiertje en verstelbare schroeven) en automatische methodes (zoals BLTouch of inductieve/proximiteitssensoren die een mesh van het bed opmeten); beide aanpakken zorgen ervoor dat de firmware en slicer de juiste Z‑hoogtes gebruiken tijdens het printen.
FDM
FDM is een 3D-printtechniek waarbij een thermoplastische draad (filament) wordt verhit en door een smalle nozzle laag voor laag op een bouwplatform wordt gelegd. In de fablab- en makerspace-context wordt FDM vaak gebruikt omdat de printers relatief goedkoop, robuust en gemakkelijk te gebruiken zijn. De techniek is goed voor snelle prototyping en functionele onderdelen, maar kent beperkingen zoals zichtbare laaglijnen, anisotrope sterkte (zwakker tussen lagen) en beperkingen in oppervlakte-afwerking en zeer fijne details.
Filament
In een fablab-context is filament het continue, draadvormige materiaal dat als grondstof dient voor FDM/FFF 3D-printers. Het bestaat meestal uit thermoplastische polymeren (zoals PLA, ABS, PETG, TPU) en wordt geleverd op spoelen met gangbare diameters zoals 1,75 mm of 2,85/3 mm. Filament smelt in de hotend van de printer en wordt laag-voor-laag geëxtrudeerd om een 3D-object op te bouwen; de keuze van materiaal en printinstellingen beïnvloeden sterkte, flexibiliteit en oppervlaktekwaliteit.
G-code
G-code is een eenvoudige programmeertaal / instructieset die laag-niveau opdrachten geeft aan CNC-machines en 3D-printers over hoe ze moeten bewegen en materiaal moeten aanbrengen. Het bestaat uit regels zoals bewegingen naar coordinates (bijv. G0/G1), snelheden (F), en specifieke machinecommando's (M-codes) voor zaken als koelmiddel of spindel aan/uit. Makers gebruiken G-code rechtstreeks of via slicers: een slicer zet een 3D-model om in een sequentie van G-code-commando's die de printer of frees aanstuurt. Er bestaan verschillende dialecten (bijv. Marlin, GRBL, RepRap) en het is gebruikelijk om start-/eind-scripts en kleine handmatige aanpassingen te maken voor calibratie en veiligheid.
Nozzle (mondstuk)
Een nozzle in 3D-printing is het hete metalen mondstuk aan het einde van de extruder waar het gesmolten filament doorheen wordt geperst. De nozzle bepaalt de diameter van de geëxtrudeerde filamentbaan en beïnvloedt daardoor resolutie, printsnelheid en laagbreedte. Nozzles bestaan in verschillende diameters en materialen, en kunnen verstopt raken of slijten bij abrasieve filamenten.
Slicer
Een slicer is software die een 3D-model (bijvoorbeeld een STL- of OBJ-bestand) omzet in laag-voor-laag instructies die een 3D-printer kan uitvoeren. De slicer verdeelt het model in dunne lagen, berekent de gereedschapsbanen (toolpaths) en genereert printparameters zoals laaghoogte, printsnelheid, infill en supportstructuren. Het uiteindelijke resultaat is meestal een G-code- of printer-specifiek bestand dat de printer vertelt waar en hoe materiaal te extruderen; de instellingen in de slicer bepalen sterk de kwaliteit, sterkte en printtijd van het eindobject.